Basic Research in Informatics for Creating the Knowledge Society
ABOUT BRICKS
Background
Consortium
Organization
Boards
Funding


RESEARCH
Projects
Publications
Phd Theses
Posters


NEWS & AGENDA
News
Agenda


CONTACT
Contact
WISKUNDE & INFORMATICA: REKEN MAAR!
Klik op een topic in de tabel hieronder voor meer informatie.
      Reken maar!            Wie zijn wij?            Ben jij een wiskid?            In de media            Vragen & opmerkingen      

Wiskunde & Informatica: Reken maar! Puzzel 2
boomerang freecard van deze puzzel

Dit is raadsel 2 uit een serie van 5.

Een rechthoekige legpuzzel heeft 35 stukjes. Elk stukje heeft een van de deze vijf vormen A, B, C, D of E (zie boven). Hoeveel stukjes zijn er van elke vorm? Hint: Tel een uitsteeksel (mannetje) als 1, een inham (vrouwtje) als -1 (of andersom, dat maakt niet uit). Wat is de totaalscore van de puzzel? En van alleen de randstukjes?

Laatste hint: de puzzel met 35 stukjes is rechthoekig, dus hij moet 5 hoog en 7 breed (of 5 breed en 7 hoog) zijn. Noem het aantal A-stukjes a, het aantal B-stukjes b, enzovoort. Er zijn uiteraard precies 4 hoekstukjes A, dus a=4. Alleen stukjes B en C kunnen aan de rand liggen, dus daarvan zijn er totaal b+c= 5+5+3+3 = 16. Je kunt ook rekenen met het aantal uitsteeksels en inhammen: er zijn 2a+b+c+3d+2e inhammen, en 2b+2c+d+2e uitsteeksels. Er moeten natuurlijk van beide evenveel zijn: 2a+b+c+3d+2e=2b+2c+d+2e. Zo'n vergelijking kun je ook voor alleen de rand opstellen. Zo krijg je een stel vergelijkingen, waaruit met een beetje slim invullen van de een in de ander, de waardes van a,b,.... de een na de ander op te lossen zijn.


OPLOSSING!
De puzzel met 35 stukjes is rechthoekig, dus hij moet 5 hoog en 7 breed (of 5 breed en 7 hoog) zijn. Noem het aantal A-stukjes a, het aantal B-stukjes b, enzovoort. Er zijn uiteraard precies 4 hoekstukjes A, dus a=4. Alleen stukjes B en C kunnen aan de rand liggen, dus daarvan zijn er totaal b+c= 5+5+3+3 = 16.
Je kunt ook rekenen met het aantal uitsteeksels en inhammen: er zijn 2a+b+c+3d+2e inhammen, en 2b+2c+d+2e uitsteeksels. Er moeten natuurlijk van beide evenveel zijn: 2a+b+c+3d+2e=2b+2c+d+2e, ofwel 8 + 2d = b + c.
Je kunt ook alleen de uitsteeksels en inhammen tellen die in de rand liggen (inclusief de hoekstukjes). Dat levert de vergelijking: b+ 2c = b + 2a, ofwel c = a = 4.
Uit b + c = 16 volgt nu b = 12.
Als je dit weer invult in 8 + 2d = b +c, vind je d = 4.
Je weet nu alleen e nog niet, maar omdat het totaal aantal stukjes a+b+c+d+e = 4 + 12 + 4 + 4 + e =35, volgt dat e= 11.
Extra check: de puzzel zonder randen en hoeken is 7-2=5 bij 5-2=3 stukjes groot, dus 15 stukjes. In dit binnengebied kunnen alleen stukjes D en E liggen, en inderdaad is d+e=15.
            Puzzels bedacht door:

Gratis proefnummer?

© 2004-2009 BRICKS Consortium